Waar het om gaat: gelijksoortigheid

Waar het in de homeopathie in feite om draait is het vinden van een zogenaamd "gelijksoortig" geneesmiddel voor een patiënt met zijn of haar klachten. Het basisprincipe van de homeopathie is dat een aandoening te genezen is met een geringe dosis van een stof die, in grote hoeveelheden aan gezonde proefpersonen toegediend, juist het soort klachten kan veroorzaken waar de betreffende patiënt last van heeft.
Kort gezegd: het genezen met het gelijksoortige. Hahnemann heeft dat in het Latijn geformuleerd als "similia similibus curentor". Dit in tegenstelling tot de reguliere geneeskunde waar om te genezen een andersoortige stof wordt gegeven die tegen de reacties van het lichaam inwerken.

We zullen hier een voorbeeld geven van de manier waarop in de homeopathie wordt gewerkt.
Er is een zeer giftige plant, de Doornappel (Datura stramonium), die ook in sommige Nederlandse tuinen staat. Vergiftigingsgevallen die in het verleden van deze plant beschreven zijn, leveren interessante informatie op van wat deze plant bij gezonde mensen teweeg kan brengen. Natuurlijk ontstaan er eerst algemene vergiftigingsverschijnselen zoals misselijkheid, hoofdpijn, braken, etc. Maar al snel treden er symptomen op die bij geen enkele andere vergiftiging optreden en zeer specifiek bij deze plant blijken te horen. De meest opvallende symptomen ontstaan in het gedrag van de patiënt. Het slachtoffer wordt driftig, schreeuwt, gooit en smijt met dingen, bijt zelfs, wordt geweldadig. In zijn ogen is angst en paniek te lezen. Er ontstaat angst voor het donker, overal moet licht branden en de patiënt klampt zich vast aan iedereen die in de buurt is. Nu is dit wel een heel extreme en gewelddadige reactie. Dat hoeft lang niet altijd zo te zijn...
In een homeopathische geneesmiddelproef nemen groepen vrijwilligers een homeopathische verdunning van zo'n plant (of andere stof) in en noteren zeer nauwkeurig hun reacties. Dat, samen met eventuele vergiftigingsverschijnselen is leidraad bij het gebruik van het homeopathische geneesmiddel. Doordat de homeopathische verdunning zo hoog is dat eventuele vergiftiging niet kan plaats vinden is homeopathie heel veilig. Ook kent het geen ongewenste bijwerkingen zoals chemische geneesmiddelen wel kennen. Wat wel kan is dat er eventueel een zogenaamde "beginverergering" kan optreden. Dat houdt in dat de klachten van de patiënt even (een paar dagen) erger kunnen worden als gevolg van het reageren van het lichaam op het geneesmiddel. Deze reactie gaat vanzelf weer over.

De andere kant: de zieke mens met zijn specifieke en individuele symptomen

Een voorbeeld: Een jongetje van vijf jaar komt met zijn moeder bij de klassiek homeopaat. De moeder vertelt dat de jongen al maanden lang klaagt over buikpijn. Dit is een algemeen symptoom, dat zo weinig zegt over iemands individuele functioneren dat je als homeopaat hier niets mee kunt. Doorvragen levert echter bijzondere informatie op. Op de vraag om het karakter en het gedrag van het jongetje te beschrijven, zegt de moeder o.a.: "iedere dag heeft hij één of tweemaal een driftbui. Hij is dan niet te benaderen, rolt over de grond, schopt en bijt. Als ik in zijn ogen kijk zie ik angst en paniek. 's Nachts wordt hij dikwijls volkomen in paniek wakker, hij herkent je niet, maar klampt zich vast aan de eerste die bij hem in de buurt komt. Hij is bang in het donker, overal moet het licht aan." Nu pas weet de homeopaat genoeg. Onmiddellijk herkent hij in het relaas van de moeder het vergiftigingsbeeld van de Doornappel. Ook al zal het joch misschien nog nooit een Doornappel gezien hebben, de gelijksoortigheid tussen beide symptoombeelden is treffend.
Uit de Doornappel (uit het zich in de zaadhuls bevindende cardol) wordt via een zogenaamd potentiëringsproces (een afwisseling van verdunnen en schudden) een homeopathisch middel bereid, dat de Latijnse naam krijgt van de Doornappel: Stramonium. Dit jongetje heeft dat middel gekregen en zijn angsten en zijn driftbuien namen gedurende 2 maanden langzaam af en hij werd een kind als alle anderen. Eerlijkheid gebied ons te zeggen dat genezingen lang niet altijd zo snel en soepel gaan. Genezingsprocessen kunnen afhankelijk van wat er aan de hand is en hoelang de klacht al bestaat een of meerdere jaren duren. Hoe korter de klacht bestaat hoe sneller kan de genezing zijn.

De clou van de homeopathie ligt nu in het feit dat dit homeopathisch middel in staat is om bij zieke mensen symptomen te genezen die lijken op de vergiftigingsverschijnselen van de oorspronkelijke plant. Dat weten we dankzij de geneesmiddelproeven maar ook doordat homeopaten al 200 jaar de ervaringen van patiënten die genezen zijn met elkaar delen. Hoe groter de gelijkenis is tussen de symptomen van de patiënt en de symptomen die de oorspronkelijke plant kan veroorzaken, hoe groter de kans op een snelle en blijvende genezing. Voor het jongetje uit het voorbeeld betekende de toediening van het homeopathisch middel dat vanaf dat moment zijn extreme driftbuien verdwenen waren. Ook de oorspronkelijke klacht, de buikpijn, kwam niet meer terug. 
Samenvattend: het is de taak van de klassiek homeopaat als een soort middelaar op te treden tussen patiënten en homeopathische middelen en op zoek te gaan naar het specifieke individuele geneesmiddel voor een bepaalde patiënt in een bepaalde situatie. Hier draait het om bij het belangrijkste vak: de homeopathie. Alle andere vakken die op de opleiding worden gegeven zijn bedoeld om dit werk op een zorgvuldige, deskundige en veilige manier te laten plaatsvinden.